"Zorg voor zingeving vraagt erkenning van wat niet te weten valt" - Interview met Marjan Slob
Tijdens de NHG-Wetenschapsdag sprak filosoof en essayist Marjan Slob — tot voor kort Denker der Nederlanden — over botsende overtuigingen in de spreekkamer. In haar keynote verkende ze de spanning tussen wetenschappelijke kennis en de existentiële vragen van patiënten. Na afloop spraken velen na over haar keynote en dus spraken we haar verder over de vraag hoe zorg voor zingeving haar plek kan krijgen in de samenleving en in de thuissituatie. Wij hadden een mooi gesprek met Marjan.
“Naast kennis heb je als arts iets anders nodig”
Slob vertelt dat ze tijdens haar keynote bewust de verbinding zocht met de huisartsen in de zaal:
“Ik wilde overbrengen dat wetenschappelijke en beroepskennis belangrijk zijn, maar dat er méér vragen spelen. Artsen hebben dagelijks te maken met mensen in nood, met existentiële kwetsbaarheid. Op zulke momenten val je als patiënt terug op overtuigingen over wat het leven betekent. Daar kun je nooit helemaal onbevangen in zijn; iedereen heeft een bepaald levensbeeld.” Ook jij als arts. En die levensbeelden kunnen met elkaar op gespannen voet staan.
“Patiënten grijpen in angst of onzekerheid soms naar verklaringen die niet overeenkomen met medische kennis. Denk aan wantrouwen tegen vaccinaties of overtuigingen gebaseerd op astrologie of religie. Patiënten vinden daar houvast bij op het moment dat zij kwetsbaar zijn. Voor artsen is dat moeilijk, omdat het niet altijd aansluit bij hun eigen belevingswereld. Wat in elk geval niet werkt, is alleen maar zenden van wetenschappelijke kennis. Dan ontken je dat iedereen vanuit een eigen waardestelsel het leven tegemoet treedt.”
Volgens Slob zijn dat de momenten waarop artsen én patiënten worden geconfronteerd met wat ze noemt levende vragen, vragen waarop geen eenduidig antwoord bestaat.
“Er zijn vragen waar kennis oplossingen biedt. Zoals ‘Hoe sterk moet een brug zijn?’ en er zijn vragen waarop je het antwoord leeft zonder dat je het al hebt uitgespeld. Hoe leef ik goed? Hoe ga ik om met ziekte of verlies?”
Zodra iemand ziek wordt, zegt ze, krijgen die vragen urgentie:
“Dan voel je: Dit is de vraag waar ik voor sta, en nu moet ik al doende uitvinden hoe ik met die vraag om moet gaan. Dat is wat ik de artsen heb voorgehouden: wees je daarvan bewust. Heb respect voor die zoektocht van patiënten en ga er niet op inbeuken. De vraag ‘hoe leef je goed?’ kan geen arts oplossen.”
Ze benadrukt dat dit niet betekent dat ieders overtuiging zomaar evenveel waard is.
“Artsen zijn niet zomaar gesprekspartners, ze hebben een bijzondere positie. Ze zijn de expert met kennis, ervaring en een beroepsethiek die verder reikt dan wat je op internet vindt. Dat geeft gezag, en dat mag ook. Zingeving vraagt bescheidenheid over de relevante waarden in het leven van een patiënt, maar geen relativering van medische expertise. Je kunt niet bepalen wat goed is voor een ander, maar je kunt wél zeggen: dit is wat wij denken dat er aan de hand is, en dit lijkt ons de beste weg om uw aandoening te behandelen.”
Zorg voor zingeving in de samenleving
Als reactie op de vraag hoe we zorg voor zingeving kunnen inbedden in de samenleving, pleit Slob voor een scherp onderscheid tussen kennis en zingeving.
“Ze hebben met elkaar te maken, maar het is belangrijk om ze niet te verwarren. Zingeving hoort bij de samenleving, bij onze manier van samenleven. Als je daar als overheid of instelling geen taal voor hebt, raak je los van wat mensen werkelijk bezighoudt.”
De neiging om elk probleem met kennis op te lossen is volgens haar een blinde vlek.
“We denken snel: als we maar meer weten, komt het goed. Maar niet alles is kenbaar of maakbaar. Wij mensen overzien onze eigen situatie nooit helemaal, en zullen er toch zelf zin aan moeten geven.”
Daartegenover ziet ze ook kansen:
“Als we die zachtheid en bescheidenheid durven toelaten, ontstaat ruimte voor pluraliteit, het besef dat we allemaal mens zijn, maar verschillend. Zingeving kun je niet annexeren; je kunt niet voor een ander bepalen wat betekenisvol is. Juist dat maakt de samenleving rijk.”
Tegelijk benadrukt ze dat kennis wel degelijk een rol heeft:
“Zingeving en kennis kunnen elkaar versterken. Ik vind dat filosofie aansluiting moet zoeken bij wetenschappelijke kennis. Tegelijkertijd kan filosofische reflectie die wetenschappelijke kennis ook verdiepen omdat het de context laat zien: in welk menselijk veld speelt deze kennis zich af? Wetenschap is altijd ingebed in zingevingsvragen, al vergeten we dat soms.”
Ik vind dat filosofie aansluiting moet zoeken bij wetenschappelijke kennis. Tegelijkertijd kan filosofische reflectie die wetenschappelijke kennis ook verdiepen..
Zingeving in de thuissituatie
Over de groei van zorg in de thuissituatie zegt Slob:
“Zodra je als zorgverlener bij iemand over de vloer komt, stap je letterlijk de levenssfeer van die persoon binnen. Dat zou je als een eer kunnen zien, een kans om af te stemmen op wat voor die mens waardevol is. Wat maakt het leven mooi of belangrijk voor deze persoon, en wat kun jij daarin betekenen?”
Thuiszorg, zegt ze, biedt bij uitstek de mogelijkheid om subtiele signalen op te merken:
“In iemands leefwereld zie je vaak wat voor hem of haar zinvol is. Dat kan je helpen om beslissingen beter af te stemmen, niet om je klakkeloos te schikken, maar om met respect samen te zoeken naar wat goed is.”
Ook de rol van naasten ziet ze als wezenlijk:
“Mantelzorgers weten vaak precies wat voor iemand weldadig is of wat hun waarden zijn. Die kennis is van grote betekenis, ook voor professionals. En tegelijk mogen zorgverleners hun eigen grenzen stellen; ook hún werk moet zinvol blijven.”
Op de vraag wat dit zegt over zorg als maatschappelijk vraagstuk, antwoordt Slob:
“Zorg is eindeloos, de behoefte eraan ook. We kunnen niet alles oplossen. Daarom zou ik pleiten voor meer partnerschap tussen patiënt en zorgverlener. Daarvoor is ruimte en vertrouwen nodig en dat ontbreekt nu vaak door tijdsdruk en regelgeving.”
Tot slo(b)t
Wat wil Slob zorgprofessionals meegeven die zoeken naar manieren om zingeving meer plek te geven?
“Weet dat veel van wat patiënten je voorleggen, ook zingevingsvragen zijn. Die kun je niet beantwoorden, maar je kunt er wel zorgvuldig mee omgaan. Zingeving vraagt niet om oplossingen, maar om aanwezigheid, respect en nieuwsgierigheid.”


